Wilt u deze informatie nog eens rustig nalezen? Gebruik dan de volgende opties:

Alles over Chronische obstructieve longziekten

Powered by: KNMP logo
  • Algemeen
    COPD is een aandoening van de luchtwegen. COPD is een afkorting van ('chronic obstructive pulmonary disease') en betekent: chronische obstructieve longziekte. Vroeger sprak men van 'chronische bronchitis' of 'emfyseem'. Bij COPD worden afwijkingen gevonden in de grote en kleine luchtwegen, het longweefsel en de bloedvaten van de longen; vooral de kleine vertakkingen in de luchtwegen raken in de loop van de jaren beschadigd. De belangrijkste oorzaak van COPD is roken. COPD kan ook ontstaan door langdurig werken in een omgeving met veel stofdeeltjes van steen of metaal in de lucht. Rook of stofdeeltjes veroorzaken een langdurig aanhoudende (chronische) ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Dat raakt daardoor steeds meer beschadigd, waardoor de longen minder goed werken.
  • Herkennen
    Klachten ontstaan vaak pas na het veertigste levensjaar. U heeft last van hoesten en geeft slijm op. U ademt vaak piepend en brommend. U wordt sneller kortademig en moe, vooral bij inspanning, zoals traplopen of fietsen. Verkoudheden en andere luchtweginfecties geven meer klachten en gaan minder snel over.
  • Zelf doen
    U kunt de chronische ontsteking en verdere beschadiging van uw longen verminderen door te stoppen met roken. Het kan enkele maanden duren voordat de klachten afnemen. Stoppen met roken is in elk stadium van de ziekte het belangrijkst.
    • Stop met roken en vraag anderen niet te roken in uw omgeving.
    • Vermijd prikkels, zoals verflucht en veel stof.
    • Zorg voor een goede ventilatie van woon-, slaap- en werkruimte en keuken.
    • Laat u elk jaar inenten tegen de griep.
    • Verbeter uw conditie door regelmatig wandelen, fietsen of zwemmen (bijvoorbeeld drie keer per week een halfuur).
    • Vermijd overgewicht, maar ook ondergewicht.
    Klik hier voor meer informatie in de Patiëntenbrieven van het Nederlands Huisartsen Genootschap over COPD. Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap. Laatst bijgewerkt: 8 maart 2007.
  • Medicijnen
    Luchtwegverwijders Luchtwegverwijders zijn middelen die de verkramping in de luchtwegen opheffen, zodat u weer makkelijker kunt ademen. Deze middelen moet u inhaleren.
    • Kortwerkende luchtwegverwijders werken binnen enkele minuten en de werking houdt een paar uur aan. Ze zijn bedoeld om een acute aanval van benauwdheid te stoppen. Voorbeelden zijn ipratropium, salbutamol, terbutaline en de combinatie van ipratropium met fenoterol.
    • Langwerkende luchtwegverwijders werken pas na ongeveer een kwartier en de werking houdt ongeveer een halve dag tot een dag aan. Ze worden gebruikt door mensen die regelmatig last hebben van aanvallen van benauwdheid om deze te voorkomen. Voorbeelden zijn aclidinium, formoterol, glycopyrronium, indacaterol, salmeterol en tiotropium.
    Luchtwegbeschermers om te inhaleren Luchtwegbeschermers om te inhaleren zijn bijnierschorshormonen, ook wel corticosteroïden genoemd. Deze middelen werken ontstekingsremmend en beschermen de luchtwegen tegen prikkels die benauwdheid veroorzaken. Hierdoor zal de conditie van de longen verbeteren en zal het aantal aanvallen van benauwdheid verminderen. Voorbeelden zijn beclometason, budesonide en fluticason. Bijnierschorshormonen om in te nemen Bijnierschorshormonen, ofwel corticosteroïden, om in te nemen, worden gebruikt in de vorm van een stootkuur. Dit is een behandeling van enkele dagen tot twee weken bij een tijdelijke verergering van de COPD. Voorbeelden zijn dexamethason, prednisolon, prednison en triamcinolon. Luchtwegverwijders in tabletvorm Luchtwegverwijders in tabletvorm worden gebruikt als luchtwegverwijders om te inhaleren alleen niet voldoende werken. U krijgt dan een proefbehandeling met deze middelen. Voorbeeld is theofylline. Slijmverdunners Slijmverdunners, ook wel mucolytica of slijmoplossers genoemd, maken taai slijm in de luchtwegen dunner en minder taai, waardoor het slijm makkelijker is op te hoesten. Voorbeelden zijn acetylcysteïne en mesna. Roflumilast Roflumilast remt de ontsteking in het longweefsel, waardoor de klachten van COPD zoals benauwdheid, hoesten of kortademigheid, afnemen. Het duurt enkele weken voordat u het effect kunt merken.

Gerelateerde videos

Stoppen met roken

Sigarettenrook bevat meer dan 4000 verschillende chemicaliën, waarvan nicotine de belangrijkste is. Nicotine is een natuurlijke, kleurloze vloeistof, afkomstig van de tabaksplant. Nicotine wordt beschouwd als een verslavingsdrug, zodat roken de meest voorkomende vorm van nicotineverslaving is.

Roken veroorzaakt wereldwijd veel ziekten die anders hadden kunnen worden voorkomen. Het effect van nicotine op de hersenen en het lichaam is meervoudig. Met elke sigaret inhaleert de gebruiker ongeveer 1 tot 2 milligram nicotine. De roker ervaart direct na blootstelling aan nicotine een ‘roesgevoel’, doordat de bijnieren worden gestimuleerd epinefrine (=adrenaline) af te scheiden. De adrenalineroes stimuleert het lichaam, verhoogt de bloeddruk en versnelt de ademhaling en de hartslag.

Nicotine veroorzaakt ook afgifte van dopamine in de hersenen. Dopamine is een chemische stof die zorgt voor gevoelens van genot en welzijn. Na blootstelling aan nicotine geeft de dopamine de roker een gevoel van gelukzaligheid, vergelijkbaar met andere psychoactieve drugs. Dergelijke roesgevoelens versterken het verslavende effect van nicotine.

Herhaalde blootstelling aan nicotine leidt tot een gewenningsproces, waarbij een steeds hogere dosis drugs nodig is om hetzelfde stimulerende effect te verkrijgen. Wanneer het nicotineniveau te laag wordt, krijgt de roker ontwenningsverschijnselen.

Deze verschijnselen kunnen zijn: een trage hartslag, concentratieproblemen, nervositeit, hoofdpijn, toenemende eetlust en lichaamsgewicht, slapeloosheid, prikkelbaarheid en depressie. Hoewel deze verschijnselen op den duur afnemen, maken deze bijwerkingen het voor de meeste rokers moeilijk om hun gewoonte op te geven.

Maar voor mensen die echt met roken willen stoppen zijn er voldoende hulpmiddelen en methoden te krijgen die daarbij ondersteuning bieden. Raadpleeg je huisarts of een andere zorgverlener voor informatie over deze hulpmiddelen.

Stoppen met roken

Sigarettenrook bevat meer dan 4000 verschillende chemicaliën, waarvan nicotine de belangrijkste is. Nicotine is een natuurlijke, kleurloze vloeistof, afkomstig van de tabaksplant. Nicotine wordt beschouwd als een verslavingsdrug, zodat roken…

Sigarettenrook bevat meer dan 4000 verschillende chemicaliën, waarvan nicotine de belangrijkste is. Nicotine is een natuurlijke, kleurloze vloeistof, afkomstig van de tabaksplant. Nicotine wordt beschouwd als een verslavingsdrug, zodat roken de meest voorkomende vorm van nicotineverslaving is.

Roken veroorzaakt wereldwijd veel ziekten die anders hadden kunnen worden voorkomen. Het effect van nicotine op de hersenen en het lichaam is meervoudig. Met elke sigaret inhaleert de gebruiker ongeveer 1 tot 2 milligram nicotine. De roker ervaart direct na blootstelling aan nicotine een ‘roesgevoel’, doordat de bijnieren worden gestimuleerd epinefrine (=adrenaline) af te scheiden. De adrenalineroes stimuleert het lichaam, verhoogt de bloeddruk en versnelt de ademhaling en de hartslag.

Nicotine veroorzaakt ook afgifte van dopamine in de hersenen. Dopamine is een chemische stof die zorgt voor gevoelens van genot en welzijn. Na blootstelling aan nicotine geeft de dopamine de roker een gevoel van gelukzaligheid, vergelijkbaar met andere psychoactieve drugs. Dergelijke roesgevoelens versterken het verslavende effect van nicotine.

Herhaalde blootstelling aan nicotine leidt tot een gewenningsproces, waarbij een steeds hogere dosis drugs nodig is om hetzelfde stimulerende effect te verkrijgen. Wanneer het nicotineniveau te laag wordt, krijgt de roker ontwenningsverschijnselen.

Deze verschijnselen kunnen zijn: een trage hartslag, concentratieproblemen, nervositeit, hoofdpijn, toenemende eetlust en lichaamsgewicht, slapeloosheid, prikkelbaarheid en depressie. Hoewel deze verschijnselen op den duur afnemen, maken deze bijwerkingen het voor de meeste rokers moeilijk om hun gewoonte op te geven.

Maar voor mensen die echt met roken willen stoppen zijn er voldoende hulpmiddelen en methoden te krijgen die daarbij ondersteuning bieden. Raadpleeg je huisarts of een andere zorgverlener voor informatie over deze hulpmiddelen.

Bekijk video

Anticholinergica

Bekijk video

Mucolytica (Slijmoplossers)

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. Het ademhalingskanaal is bekleed met slijmvliezen, die een kleverig slijm afscheiden…

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. Het ademhalingskanaal is bekleed met slijmvliezen, die een kleverig slijm afscheiden (medische benaming: mucus). Slijm reinigt en beschermt de luchtwegen door bacteriën en afvalstoffen te ‘vangen’. Ook houdt slijm de luchtwegen vochtig en gesmeerd.
Bij mensen met een chronische ademhalingsziekte, zoals COPD of astma, is er sprake van ophoping van slijm. Door ophoping van slijm kunnen afvalstoffen niet meer worden verwijderd, met als gevolg moeite met ademhalen.

Mucolytica (slijmoplossende medicijnen) zorgen dat het slijm loskomt en dunner wordt. Bepaalde mucolytische stoffen bevatten een chemische stof die de aanmaak van het enzym glutathion door het lichaam versterkt. Glutathion zorgt dat dik, kleverig slijm wordt afgebroken. Als het slijm dunner is geworden, is het gemakkelijker op te hoesten of uit de luchtwegen weg te zuigen, zodat de patiënt gemakkelijker kan ademen. Slijmoplossende medicijnen kunnen met een vernevelaar of met een gezichtsmasker worden toegediend.

Bekijk video

Longen (werking)

Tijdens je ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot nog kleinere doorgangen, de bronchioli, en…

Tijdens je ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot nog kleinere doorgangen, de bronchioli, en uiteindelijk tot heel kleine trosjes dunne, tere zakjes, de longblaasjes (medische benaming: alveoli).

Bij inademing worden de longblaasjes in de longen met lucht gevuld. In de longblaasjes wordt koolstofdioxide omgewisseld voor zuurstof. Bloedcellen absorberen zuurstof uit de haarvaten in de longblaasjes, terwijl koolstofdioxide, een afvalproduct, vanuit de aderen aan de longen wordt afgegeven. Bij het uitademen wordt de koolstofdioxide uit het lichaam afgevoerd. Zuurstofrijk bloed stroomt naar het hart, en vandaar wordt het naar het lichaam doorgepompt om in energie te worden omgezet.

Bekijk video

Luchtwegverwijders (Bronchodilatatoren)

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. In sommige gevallen trekken de gladde spieren om de bronchiën zich…

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. In sommige gevallen trekken de gladde spieren om de bronchiën zich samen, waardoor er meer slijm ontstaat. Dit bemoeilijkt het ademhalen.

Over het algemeen wordt deze aandoening behandeld met medicijnen, bronchodilatoren genoemd. De meest voorkomende typen bronchodilatoren zijn anticholinergica en bèta-2-agonisten. Deze medicijnen worden geïnhaleerd en gaan via de luchtwegen naar de bronchiën, waar ze zich binden aan de gladde spiercellen. Hierdoor ontspannen de spieren zich en vermindert de aanmaak van slijm, en daardoor gaat het ademen gemakkelijker.

Bekijk video

Inhalators

Sommige mensen hebben moeite met ademhalen vanwege ziekten die de luchtwegen vernauwen. Medicijnen voor zulke ademhalingsproblemen kunnen worden toegediend door middel van inhalatie. Veel gebruikte inhalatoren (vaak wordt het Engelse…

Sommige mensen hebben moeite met ademhalen vanwege ziekten die de luchtwegen vernauwen. Medicijnen voor zulke ademhalingsproblemen kunnen worden toegediend door middel van inhalatie. Veel gebruikte inhalatoren (vaak wordt het Engelse woord ‘inhaler’gebruikt) zijn: inhalatoren met doseermeting (MDI: Metered Dose Inhalers), vernevelaars voor klein volume, poederinhalatiesystemen (DPI: Dry Powder Inhalers).

Bij inhalatoren met doseermeting bevindt het medicijn zich in een capsule die onder druk staat. Je gebruikt zo’n inhalator als volgt: druk de capsule naar beneden en adem tegelijkertijd ongeveer 5 seconden langzaam in. Houd je adem 10 seconden in en adem dan weer langzaam uit. Deze handeling wordt vaak ‘een pufje nemen’ genoemd. De arts schrijft voor hoeveel je per keer moet gebruiken.

Bij een vernevelaar voor klein volume doe je een afgemeten hoeveelheid medicijn in een holte van het systeem. Terwijl je normaal ademt, blaast een kleine luchtcompressor een fijne mist van het geneesmiddel door een mondstuk in je longen. De behandeling met een vernevelaar duurt ongeveer 10 minuten.

Poederinhalatoren bevatten medicijnen in de vorm van minuscule korreltjes. Er zijn allerlei manieren waarop poederinhalatoren het geneesmiddel vrijgeven. Bij al die manieren ademt de patiënt eerst uit om vervolgens het vrijgegeven geneesmiddelpoeder met een snelle inademing via de mond te inhaleren. De werkzaamheid van zulke medicijnen wordt door de ademhaling geactiveerd.

Bekijk video

COPD

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot bronchioli en uiteindelijk tot kleine trosjes…

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot bronchioli en uiteindelijk tot kleine trosjes dunne, tere zakjes, de longblaasjes (medische benaming: alveoli).

COPD (chronische obstructieve longziekte) valt onder de categorie ziekten waardoor de luchtdoorstroming wordt geblokkeerd en waarbij zich ademhalingsproblemen voordoen. Emfyseem is een ziekte die de longblaasjes en de longblaaskanaaltjes vernietigt. Wanneer de longen hun elasticiteit verliezen, scheuren de longblaasjes en ontstaan er grote luchtholten. Deze holten verkleinen de oppervlakte die ons lichaam nodig heeft om zuurstof op te nemen en koolstofdioxide af te geven.

Bronchitis is een ontsteking van de bekleding van de bronchiën. Chronische bronchitis is het gevolg van hardnekkige ontstekingen van deze luchtwegen. Er wordt voortdurend slijm geproduceerd en op den duur wordt de bekleding van de bronchiën dikker. Dit belemmert de uitstroom van lucht tijdens de ademhaling.

COPD wordt veroorzaakt door: 1) tabak, 2) astma, 3) blootstelling aan luchtverontreiniging thuis en op het werk, 4) erfelijke factoren en 5) infecties van de luchtwegen.

Bekijk video

Emfyseem (Longemfyseem)

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën splitsen zich in bronchioli en uiteindelijk in kleine trosjes…

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën splitsen zich in bronchioli en uiteindelijk in kleine trosjes dunne, tere zakjes, de longblaasjes; medische benaming: alveoli. In de longblaasjes wordt de koolstofdioxide in het bloed vervangen door zuurstof.

Door het inademen van giftige dampen, bijvoorbeeld bestanddelen van sigarettenrook, kan zich emfyseem ontwikkelen, een onherstelbare aandoening waarbij de longfunctie gevaar loopt.

In het beginstadium van emfyseem worden de longblaasjes verwoest, waardoor in het weefsel van het onderste gedeelte van de longen ‘gaten’ ontstaan. Door deze gaten klappen de bronchioli dicht, zodat de lucht de overgebleven longblaasjes niet kan bereiken. De omwisseling van koolstofdioxide in zuurstof vermindert hierdoor. Dit veroorzaakt kortademigheid, die geleidelijk verslechtert en waardoor de longen en het hart uiteindelijk schade oplopen.

Bekijk video

Bronchiëctasie (luchtwegverwijding)

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot bronchioli en uiteindelijk tot kleine trosjes…

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot bronchioli en uiteindelijk tot kleine trosjes dunne, tere zakjes, de longblaasjes (medische benaming: alveoli). In de longblaasjes wordt het koolstofdioxide in het bloed omgewisseld voor zuurstof.

Bronchiëctasie is een abnormale beschadiging en verwijding van de bronchiën als gevolg van herhaaldelijk optredende ontstekingen of infecties. Hierdoor worden de luchtwegen abnormaal vergroot. Er vormt zich extra slijm, en dit hoopt zich op in de vergrote luchtwegen. De trilhaartjes (medische benaming: cilia) waarmee de luchtwegen zijn bekleed, worden ook beschadigd. Hierdoor zijn de longen niet in staat het stof en de kiemen op te ruimen. Omdat de trilhaartjes niet goed kunnen functioneren, kunnen de slijmophopingen ook niet gemakkelijk worden verwijderd. Vaak is longinfectie het gevolg hiervan.

Bronchiëctasie kan een aangeboren aandoening zijn, maar kan ook later in het leven de kop opsteken als gevolg van andere longaandoeningen. Het belangrijkste symptoom van bronchiëctasie is aanhoudend hoesten, waarbij een grote hoeveelheid slijm (sputum)wordt geproduceerd. Hoewel de patiënt zich over het algemeen goed voelt – geen koorts of pijn – kunnen moeheid, gewichtsverlies, kortademigheid en een fluitende ademhaling wel voorkomen. Bronchiëctasie kan op verschillende manieren worden behandeld, waaronder neussprays, antibiotica en fysiotherapie voor de borst.

Bekijk video